zondag 1 april 2012
Bangalijstjes. Paniek, of niet?
De laatste twee weken verschijnen er in de media diverse
berichten over zgn. bangalijstjes. Hoewel ik volledig anti-grof taalgebruik op
internet ben, moet ’t toch maar even: banga is het straatwoord voor hoer, slet,
bitch en alle synoniemen daarvan. Op de lijstjes staan namen van meisjes die
makkelijk voor seks te porren zijn. En dit terwijl dat - voor het overgrote
deel althans – absoluut niet het geval is. Een nieuwe vorm van cyberpesten dus.
Het werd in het Brabants Dagblad van zaterdag 31 maart jl. al omschreven als
Cyberpesten 3.0.
Tot blogs!
En nu? Dikke paniek? In mijn optiek niet. Hiermee wil ik
overigens het fenomeen bangalijstjes niet bagatelliseren. Voor het meisje zelf
is dit bijzonder kwetsend en het zal je dochter maar zijn die erop staat. Laten
we hier niet lacherig over gaan doen.
Pesten is van alle generaties. Degene die vroeger een
klasgenoot in klein comité nooit een slet heeft genoemd mag nu stoppen met
lezen. Ah, u bent er nog… Het grote verschil anno nu is dat het pesten niet
meer in een kleine groep gebeurt, maar veel meer in de openbaarheid. Sterker
nog, de hele wereld kan er van ‘meegenieten’. En daar zit het ‘m nu dus in. Veel
middelbare scholieren zetten de meest grove en schunnige informatie op
internet. Zonder er een moment bij stil te staan dat deze informatie voor
iedereen beschikbaar is. Over het feit dat ze daarmee hun eigen imago maar ook
het imago van gepeste klasgenoten een flinke deuk toebrengen, wordt erg makkelijk
gedacht. Ze vinden alles wat ze op internet zeggen ‘privé’ en daar behoren
ouders en al helemaal docenten zich niet mee te bemoeien. Het plaatsen van zo’n
bangalijstje wordt gezien als een stoere grap. Tot je er zelf op staat,
natuurlijk. Zoals alles zal ook deze hype weer overwaaien. Berichten in de pers
dat een meisje omdat ze op een bangalijst stond zelfmoord heeft gepleegd,
worden over en weer tegengesproken. Maar bij ouders zouden bij zulke berichten
wel wat belletjes moeten gaan rinkelen. Veel ouders hebben niet door waar hun
kind zich online mee bezig houdt. Ouders zouden veel meer in gesprek moeten
gaan met hun kind over wat ze op internet meemaken. Ik vraag me daadwerkelijk
af hoeveel ouders weten wat voor soms bijzonder schunnige namen hun kinderen,
vaak nog brugklasleerlingen, zichzelf aangemeten hebben op platforms zoals
Twitter. Ouders die na het lezen van berichten over bangalijstjes hun kind met
de botte bijl van alles op internet gaan verbieden, slaan naar mijn mening de
plank volledig mis (leuke woordspeling…). Hun kind kan onder het genot van een
Big Mac immers gewoon met zijn/haar mobiele telefoon op internet bij McDonald’s.
Ga in gesprek met je kind, houd de discussie open en zorg ervoor dat je kind
zich veilig genoeg voelt om jou te benaderen als er iets mis gaat op internet. Zo
blijft internet leuk, zoals het ook bedoeld is. Ook scholen
(leerlingbegeleiders, mediacoaches) kunnen hier een belangrijke rol bij spelen.
Ik roep alle ouders dan ook op eens een kijkje te nemen op
websites zoals www.meldknop.nl en www.mijnkindonline. En wordt je kind echt
op een vreselijke manier gepest via internet, zodat daadwerkelijk van stalking
gesproken kan worden, doe dan zeker aangifte bij de politie.
Labels:
bangalijst,
cyberpesten,
mediacoach,
mediawijsheid
|
1 reacties
Abonneren op:
Posts (Atom)