dinsdag 15 mei 2012
Big Brother mag meekijken, maar school liever niet!
De afgelopen weken heb met een aantal jongeren van rond de
12 jaar gesproken over hun gedrag op sociale media platforms en hoe scholen
hiermee om zouden moeten gaan. De manier waarop je zo’n groep jongeren
benadert, is cruciaal voor het succesvol verlopen van een dergelijk project.
Het is heel simpel: geef je bij je introductie al aan dat wat zij op Twitter
uitspoken absoluut niet door de beugel kan, dan kun je de stemkastjes die je
net met de beste bedoelingen hebt uitgedeeld, meteen weer in de koffer stoppen.
Er zijn maar weinig kinderen van rond de 12 jaar die dit van iemand voor de
klas zullen pikken. Behoedzaamheid is dus geboden!
Een hele goede binnenkomer is natuurlijk het feit dat er met stemkastjes gewerkt mag worden. In het digitale tijdperk is maar voor weinig kinderen uitleg nodig over het activeren van zo’n apparaat en ze waren er binnen een minuut dan ook helemaal klaar voor.
Wat was het doel van het project? Aan de hand van een aantal stellingen en daaropvolgende open discussie werd de mening van de jongens en meisjes gepeild over het respectvol met elkaar en de docenten omgaan, zowel op school als op internet. Dat kinderen van deze tijd een hele andere kijk hebben op het begrip ‘privacy’, bleek wel tijdens het stemmen. Het begon heel aardig: het werd als heel normaal gevonden om erop aangesproken te worden als je tijdens de les respectloos tegen een docent of medeleerling doet; score bijna 100%. So far, so good. Als je dat op het schoolplein doet in klein comité en een medewerker van school hoort dat toevallig in het voorbijgaan, wordt het al wat moeilijker. Aanspreken (wat door een groot aantal kinderen overigens al meteen werd geïnterpreteerd als ‘straf krijgen’) wordt dan toch niet meer door iedereen zo vanzelfsprekend gevonden. Volgende stelling: ‘als ik op mijn openbare Twitter account respectloos praat over een docent of medeleerling, is het heel normaal dat ik hierop op school wordt aangesproken’. De stemming daalde gestaag, zowel op het digibord als in de klas. In vurige bewoordingen werd mij kenbaar gemaakt dat dit privé is en dat iedereen recht heeft op zijn eigen mening. Voor deze kinderen zit er dus een heel groot verschil tussen wat ‘in real life’ gezegd wordt en wat er open en bloot op internet gezegd wordt. Een zeer geagiteerd jongetje maakte met een rood aangelopen hoofd kenbaar dat het echt te belachelijk voor woorden was dat mensen van school op zijn Twitteraccount zouden kijken. Want hoe zat het dan met zijn privacy? Op mijn opmerking dat een account dat voor iedereen toegankelijk is niet echt privé te noemen is, werd mij nog ietwat bits toegeworpen dat iedereen zijn Tweets mocht lezen, behalve mensen van school, natuurlijk… De eerlijkheid gebiedt mij overigens te vermelden dat er gelukkig ook kinderen waren die respectloos gedrag ook op Twitter afkeurden.
Even later – de rust was weergekeerd en het rode kereltje was gelukkig weer gekalmeerd - was een grote meerderheid van de leerlingen het eens met de stelling dat alles wat op Twitter gezegd wordt onder de vrijheid van meningsuiting valt. Totdat de volgende stelling verscheen: ‘als iemand mij via Twitter uitscheldt of zelfs bedreigt, mag dat want dat valt onder de vrijheid van meningsuiting’. Pfew! De jeugd van tegenwoordig is gelukkig echt niet zo naïef als wij met z’n allen denken. Het merendeel van de kinderen was het met deze stelling niet eens; een aantal vroeg zelfs of ze die vorige even opnieuw mocht doen.
Na het bekijken van een paar ‘hilarische’ profielfoto’s van dronken moeders die half bewusteloos over de bank hangen en een poging van mijn kant om de kinderen uit te leggen waarom zulke foto’s niet handig zijn, werd de les in goede harmonie afgesloten.
Iets later op die dag vroeg iemand aan mij waarom ik eigenlijk de moeite nam zo’n project met deze kinderen te doen; ze doen immers toch waar ze zelf zin in hebben op social media platforms. Misschien. Maar als er van de 178 kinderen 10 zijn die er in het vervolg voor kiezen op Twitter te zetten dat de Engelse les niet leuk was omdat de juf heel chagrijnig was in plaats van te typen dat de juf een chagrijnige b*tch was, heb ik er al 10 gewonnen. En da’s toch maar mooi meegenomen! Nu die andere 168 nog!
Tot blogs!
Een hele goede binnenkomer is natuurlijk het feit dat er met stemkastjes gewerkt mag worden. In het digitale tijdperk is maar voor weinig kinderen uitleg nodig over het activeren van zo’n apparaat en ze waren er binnen een minuut dan ook helemaal klaar voor.
Wat was het doel van het project? Aan de hand van een aantal stellingen en daaropvolgende open discussie werd de mening van de jongens en meisjes gepeild over het respectvol met elkaar en de docenten omgaan, zowel op school als op internet. Dat kinderen van deze tijd een hele andere kijk hebben op het begrip ‘privacy’, bleek wel tijdens het stemmen. Het begon heel aardig: het werd als heel normaal gevonden om erop aangesproken te worden als je tijdens de les respectloos tegen een docent of medeleerling doet; score bijna 100%. So far, so good. Als je dat op het schoolplein doet in klein comité en een medewerker van school hoort dat toevallig in het voorbijgaan, wordt het al wat moeilijker. Aanspreken (wat door een groot aantal kinderen overigens al meteen werd geïnterpreteerd als ‘straf krijgen’) wordt dan toch niet meer door iedereen zo vanzelfsprekend gevonden. Volgende stelling: ‘als ik op mijn openbare Twitter account respectloos praat over een docent of medeleerling, is het heel normaal dat ik hierop op school wordt aangesproken’. De stemming daalde gestaag, zowel op het digibord als in de klas. In vurige bewoordingen werd mij kenbaar gemaakt dat dit privé is en dat iedereen recht heeft op zijn eigen mening. Voor deze kinderen zit er dus een heel groot verschil tussen wat ‘in real life’ gezegd wordt en wat er open en bloot op internet gezegd wordt. Een zeer geagiteerd jongetje maakte met een rood aangelopen hoofd kenbaar dat het echt te belachelijk voor woorden was dat mensen van school op zijn Twitteraccount zouden kijken. Want hoe zat het dan met zijn privacy? Op mijn opmerking dat een account dat voor iedereen toegankelijk is niet echt privé te noemen is, werd mij nog ietwat bits toegeworpen dat iedereen zijn Tweets mocht lezen, behalve mensen van school, natuurlijk… De eerlijkheid gebiedt mij overigens te vermelden dat er gelukkig ook kinderen waren die respectloos gedrag ook op Twitter afkeurden.
Even later – de rust was weergekeerd en het rode kereltje was gelukkig weer gekalmeerd - was een grote meerderheid van de leerlingen het eens met de stelling dat alles wat op Twitter gezegd wordt onder de vrijheid van meningsuiting valt. Totdat de volgende stelling verscheen: ‘als iemand mij via Twitter uitscheldt of zelfs bedreigt, mag dat want dat valt onder de vrijheid van meningsuiting’. Pfew! De jeugd van tegenwoordig is gelukkig echt niet zo naïef als wij met z’n allen denken. Het merendeel van de kinderen was het met deze stelling niet eens; een aantal vroeg zelfs of ze die vorige even opnieuw mocht doen.
Na het bekijken van een paar ‘hilarische’ profielfoto’s van dronken moeders die half bewusteloos over de bank hangen en een poging van mijn kant om de kinderen uit te leggen waarom zulke foto’s niet handig zijn, werd de les in goede harmonie afgesloten.
Iets later op die dag vroeg iemand aan mij waarom ik eigenlijk de moeite nam zo’n project met deze kinderen te doen; ze doen immers toch waar ze zelf zin in hebben op social media platforms. Misschien. Maar als er van de 178 kinderen 10 zijn die er in het vervolg voor kiezen op Twitter te zetten dat de Engelse les niet leuk was omdat de juf heel chagrijnig was in plaats van te typen dat de juf een chagrijnige b*tch was, heb ik er al 10 gewonnen. En da’s toch maar mooi meegenomen! Nu die andere 168 nog!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
0 reacties:
Een reactie posten